VO2max 2

VO2MAX


De manier om het uithoudingsvermogen te meten heeft te maken met de hoeveelheid zuurstof (O2) die we maximaal op kunnen nemen. VO2Max wil dan ook zeggen Maximale zuurstofopname. Om een bepaalde prestatie vol te kunnen houden, hebben we voortdurend energie nodig. Als het lichaam de benodigde energie niet meer kan leveren stopt de motor.

Bepaling VO2Max (aëroob vermogen)
Het langdurig volhouden van een bepaalde inspanning houdt in dat het lichaam de energievoorziening ook werkelijk voortdurend op gang kan laten komen. Aangezien het hier altijd om energieprocessen gaat waarbij zuurstof nodig is, spreekt men hier ook wel van een aëroob uithoudingsvermogen (met zuurstof). Een slecht uithoudingsvermogen duidt op een slechte zuurstofopname. Hierdoor zal de energietoevoer ook slecht zijn en dat resulteert uiteindelijk in een slechte prestatie.

We trainen ons lichaam om een zo goed mogelijke energietoevoer te bewerkstelligen. Het vermogen om zuurstof op te nemen, wordt steeds gemeten in de eenheid "liters per minuut".

Zo zal bijvoorbeeld een ongetrainde "rokende" veertiger, die duidelijk problemen met zijn conditie heeft, een maximale zuurstofopname hebben van circa 2 liter per minuut. Topatleten daarentegen halen waarden van circa 6 liter per minuut.

Het meten van deze VO2Max gebeurt in een laboratorium opstelling. Men meet dan exact hoeveel zuurstof wordt opgenomen. Dit soort testen zijn ingewikkeld en duur. Er is door diverse wetenschappers veel onderzoek gedaan naar eenvoudiger tests om de VO2Max te meten. Met name de Zweedse onderzoeker Åstrand heeft hier een oplossing voor gevonden. Het is een methode die een schatting maakt van de maximale zuurstofopname bij een niet maximale inspanning. Bovendien wordt hierbij de zuurstof niet direct gemeten via een ademanalyse, maar via een meting van de hartslag bij het uitvoeren van een vooraf vastgelegde prestatie op een ergotrainer.
VO2MAX

Schatting van het zuurstofopnamevermogen is niet het enige meetgegeven. Het is overduidelijk dat we de prestaties van ons lichaam willen afwegen t.o.v. van het gewicht van dat lichaam. We kunnen alleen optimaal presteren als we niet te zwaar zijn. Beter vertaalt: we willen meten waartoe het lichaam in staat is en we willen vergelijkingen kunnen maken met andere sporters/mensen. Dat kunnen we alleen maar als we een gemeenschappelijke deler hebben; ons gewicht. Daarom worden vergelijkingswaarden voor de VO2Max uitgedrukt in liters per minuut, gedeeld door het gewicht in kilogram. Deze waarde is veel eerlijker dan de waarde in liters per minuut zelf. Het zal duidelijk zijn dat een zwaarder persoon meer energie nodig heeft dan een lichter persoon. Zo zal een persoon van 70 kg, die maximaal 3 liter zuurstof per minuut op kan nemen, een waarde van 3/70=0,042 scoren. Een persoon van 100 kg, die ook een maximale zuurstofopname van 3 liters heeft, scoort; 3/100=0,03. Meestal wordt een VO2Max dan ook niet uitgedrukt in liters per minuut, maar in milliliters (1 liter=1000 ml) per minuut per kilogram lichaamsgewicht. Dat zou in het bovenstaande voorbeeld dus een VO2Max geven van 42 en 30 (ml/min/kg).

Hoe meer zuurstof (O2) je op kunt nemen, hoe beter je (basis)uithoudingsvermogen is. VO2Max is voor het grootste gedeelte erfelijk bepaald, maar een verbetering van 15 tot 20 % is realiseerbaar. Zit je aan je maximum, dan heb je natuurlijk nog altijd de mogelijkheid om meer kracht/vermogen te trainen. Deze facetten zijn zeker zo belangrijk als de VO2Max, maar je hebt ze allemaal nodig en moet ze allemaal trainen/onderhouden. Helaas neemt de flexibiliteit van onze spieren en longen af naarmate we ouder worden. Daarom is leeftijd een derde factor die belangrijk is bij het bepalen/meten van de VO2Max. We hebben geleerd dat de VO2Max na ons dertigste levensjaar, per jaar iets afneemt.